Spijbelende jongere.

Definitie spijbelen.

Een leerling is ongewettigd afwezig of spijbelt als hij afwezig is zonder geldige reden. De school geeft de leerling een B-code in het aan- en afwezigheidsregister.

Vormen van spijbelen: terminologie.

1. We maken onderscheid tussen ongeoorloofd relatief schoolverzuim en absoluut schoolverzuim.

Onder de noemer ongeoorloofd relatief verzuim worden de vormen van spijbelen omschreven waar de ingeschreven leerling les- of praktijktijd verzuimt zonder geldige reden.

    • Luxeverzuim: de leerling blijft weg van school om extra vakantie te nemen, vaak voor of na een schoolvakantie. Dat gebeurt met medeweten van de ouders en zonder toestemming van de schooldirectie.

    • Incidenteel spijbelen: de leerling ‘brost’ af en toe een les.

    • Berekend spijbelen: de leerling slaat systematisch theorievakken over, is steeds bij dezelfde leraar afwezig, blijft altijd hetzelfde uur weg ...

    • Periodiek spijbelen: de leerling spijbelt gedurende een periode, en dat herhaalt zich regelmatig.

    • Permanent spijbelen: de leerling gaat helemaal niet naar school, hoewel hij ingeschreven is.

Onder absoluut verzuim begrijpen we de leerplichtige leerling die niet in een school ingeschreven is en geen huisonderwijs volgt.

2. Verschillende vormen van spijbelen uiten zich ook in verschillende gedragingen:

    • Thuisblijvers: jongeren die grotendeels thuis spijbelen in hun eentje. Ouders zijn vaak op de hoogte.

    • Traditionele spijbelaars: jongeren die bijna nooit thuis spijbelen. Ze spijbelen in groep. Ze beslissen dat vaak op de dag zelf. Ouders zijn vaak niet op de hoogte.

    • Ouder gedoogde sociale spijbelaars: jongeren die vaak in groep spijbelen, even vaak thuis als op andere locaties. Ouders zijn vaak op de hoogte.

3. Onwil of onmacht.

    • We spreken over onwil van de ouders wanneer ouders moedwillig hun kind thuishouden van school of weten dat hun kind spijbelt maar daar niets aan doen. Bij onwil moet je de ouders wijzen op hun verantwoordelijkheid en op het belang dat hun kind zoveel mogelijk lesdagen aanwezig is.

    • Onwil bij de leerling zelf wanneer de leerling weigert deel te nemen aan de schoolse activiteiten en leeft de leerplicht niet na.

    • Onmacht van de ouders: als ouders wel inspanningen leveren om hun kind naar school te laten gaan, maar daar niet in slagen,.

    • Ook leerlingen kunnen soms niets aan hun spijbelgedrag doen, bijvoorbeeld omdat de ouders hen verplichten om te gaan werken of te helpen in het huishouden.

Risicofactoren.

In het basisonderwijs:

    • In het basisonderwijs zijn weinig leerlingen problematisch afwezig.

    • Er is een daling van de afwezigheden naarmate de leerjaren vorderen. Dat wijst erop dat de oorzaak van spijbelen in het lager onderwijs mogelijk moet gezocht worden bij de ouders en in mindere mate bij de kinderen.

    • De leerlingen die vaak problematisch afwezig zijn, wonen vooral in verstedelijkte gebieden.

    • Niet-Belgen zijn relatief gezien vaker problematisch afwezig en dan vooral leerlingen met een Centraal- of Oost-Europese nationaliteit.

    • Jongens zijn iets vaker afwezig dan meisjes.

    • De kans op spijbelen is hoger bij leerlingen die thuis geen Nederlands spreken, bij leerlingen die tot de trekkende bevolking behoren, of als de moeder een laag opleidingsniveau heeft.

In het secundair onderwijs:

    • Tijdens het schooljaar 2018-2019 spijbelde 2,65% van de leerplichtige leerlingen minstens 30 halve dagen. De niet-leerplichtige jongeren spijbelden meer: 10,18%. Van alle ingeschreven leerlingen spijbelde 3,57%.

    • Van de leerplichtige leerlingen zijn jongens vaker problematisch afwezig dan meisjes.

    • Leerlingen die niet de Belgische nationaliteit hebben, zijn proportioneel meer problematisch afwezig.

    • Problematische afwezigheden stijgen met de leeftijd.

    • In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de provincie Antwerpen en Oost-Vlaanderen zijn de leerlingen het vaakst problematisch afwezig, dit hangt samen met de grootstedelijke context waar er meer spijbelaars zijn.

    • Proportioneel gezien ligt het aantal problematische afwezigheden in het deeltijds secundair onderwijs hoger: 55,79% van de leerplichtige leerlingen is er problematisch afwezig. In het voltijds gewoon secundair onderwijs zijn er vooral problematische afwezigheden in het beroepsonderwijs, de B-stroom en het onthaalonderwijs. In absolute cijfers komen de meeste problematische afwezigheden voor in het voltijds gewoon secundair onderwijs.

    • Er is een samenhang tussen problematische afwezigheid en schoolse vertraging.

Oorzaken van spijbelen.

In het secundair onderwijs zien scholen volgende oorzaken van spijbelen:

  • Een gebrek aan motivatie

  • Een laag welbevinden op school

  • Een problematische gezinssituatie

Vaak is er sprake van een combinatie van oorzaken.

De oorzaken van spijbelen liggen niet alleen bij de jongere zelf, maar ook bij de ouders, de school en de samenleving.

Leerlinggebonden oorzaken:

  • Laag welbevinden in de klas of school

  • Slachtoffer van pestgedrag

  • Faalangst

  • Zwakke motivatie, zoals bij verkeerde studiekeuze

  • Psychosociale problemen

  • Invloed van ‘peers’ of de leefomgeving

Schoolgebonden oorzaken:

  • Tekort aan vorming en ondersteuning van leerkrachten

  • Een verstoorde relatie tussen leerkracht en leerling

  • Een fout gelopen samenwerking met het CLB

  • Gebrekkige opvang bij het wegvallen van lessen

  • Onvoldoende aandacht voor geïntegreerde leerlingenbegeleiding

  • Gebrekkige studiekeuzebegeleiding

Oudergebonden oorzaken:

  • Onmacht van de ouders in de opvoeding

  • Weinig of geen interesse van de ouders in de schoolloopbaan van hun kind

  • Kind wordt verplicht om te gaan werken

  • Problemen binnen het gezin

  • Onwil van de ouders

Samenlevings- en beleidsgebonden oorzaken:

  • Onzekere toekomstperspectieven: diploma’s zijn geen garantie op werk

  • Afwijkend gedrag als geldende norm in de jongerencultuur

  • Het jaarklassensysteem

  • Goedkoper om buiten de schoolvakanties op vakantie te gaan